Logo Universiteit Utrecht

Historicidagen 2017

Programma

Het voorlopige programma voor de Historicidagen is bekend! Laat je inspireren door dit diverse en dynamische programma: naast plenaire keynotes en debatpanels zijn er talloze sessies over onze huidige beroepspraktijk. Tijdens de Historicidagen wordt een congresmarkt in het Pandhof gehouden en kun je mee met diverse buitenexcursies in Utrecht. Voor een laagdrempelig debat, ontspanning en ontmoetingen met oude én nieuwe collega’s is er het ‘Geschiedenis Nu! Café’. Op vrijdagavond is er een dinerbuffet met muziek, nadere informatie volgt.

De komende weken zullen we het programma aanvullen met meer informatie over de panels, sessies, sprekers en activiteiten. Houd de website in de gaten voor de meest recente updates.

Donderdag 24-8-2017
13.00-16.00 Registratie
Congresmarkt ‘Hof der Geschiedenis’

Buitenexcursies, waaronder bezoek aan musea, (kunst)historische stadswandelingen, en andere activiteiten in het centrum van Utrecht

16.00-17.30 Receptie
20.00-21.30 Publiekslezing: Historisch perspectief op Europa

Ian Buruma

Vrijdag 25-8-2017
9.00 Registratie, koffie/thee
9.30 Opening door Beatrice de Graaf, voorzitter van het landelijk comité, en Susan Legêne, voorzitter KNHG.
10.00 Keynote: Nepgeschiedenis of toch niet ….. ? De betekenis van de populaire cultuur voor historisch besef

Maria Grever (EUR)

11.00-12.30 Debatpanels

 a. De disneyficatie van geschiedenis in musea

Moderator: Paul Knevel (UvA).

Sprekers: Klaartje Schweizer (Openlucht Museum); Kathelijne Eisses (Tinker Imagineers), Martine Gosselink (Rijksmuseum).

b. Dekolonisatie van het verleden

Moderator: Remco Raben (UvA/UU).

Sprekers: Remco Raben, Caroline Drieënhuizen (OU/UvA), Jos van Beurden (VU), Nancy Jouwe (UU), Wim Manuhutu (medeoprichter en voormalig directeur Moluks Historisch Museum / VU).

c. Geschiedenis in een digitale wereld

Moderator: Pim Huijnen (UU).

Sprekers: Melvin Wevers (UU), Inger Leemans (VU), Martijn Kleppe (KB), Susan Aasman (RuG).

d. Historici op de bres voor democratie

Moderator: Ed Jonker (UU).

Sprekers: Leo Lucassen (IISG/LU), Koen Vossen (RU), Jacco Pekelder (UU, Dare to be Grey-project), Tine de Moor (UU), Kars Veling (voormalig rector Johan de Witt college en directeur ProDemos).

12.30-13.30 Lunch
13.30-15.30 Parallelsessies
15.30-16.00 Koffie / thee
16.00-18.00 Parallelsessies
18.30 Borrel, dinerbuffet en muziek
Zaterdag 26-8-2017
9.00-10.30 Debatpanels

a. Geschiedenisonderwijs voor de toekomstige generatie: uitgaan van eigen kracht of interdisciplinair werken?

Moderator: James Kennedy (UCU).

Sprekers: Frits van Oostrom (UU), Arie Wilschut (HvA), Renée ten Cate (geschiedenis docent).

b. Met de kennis van gisteren. Geschiedenis en actualiteit

Moderator: Anita Boele (UU) en Els Holsappel (freelance journalist en tekstschrijver)

 

10.30-11.00 Koffie/thee
11.00-13.00 Parallelsessies
13.00-14.00 Lunch
14.00-16.00 Parallelsessies
16.00-17.00

 

17:00

Slotdebat: Geschiedenis.NL

Moderator: Beatrice de Graaf

Slotwoord

Maarten Prak (UU)

Keynote:  Nepgeschiedenis of toch niet ….. ? De betekenis van de populaire cultuur voor historisch besef

Vrijdag 25 augustus, 10.00-11.00

Spreker: Maria Grever (EUR)

Wat is echt en wat nep in de wereld om ons heen? Dat vroeg stand-up comedian Owen Schumacher zich in 2012 af in de serie Nep! David Lowenthal heeft de verpretparking van de geschiedenis en de overdreven nadruk op beleving bij historisch toerisme scherp veroordeeld. Commercialisering kan inderdaad leiden tot “nepgeschiedenis”, tot het vervormen en fabriceren van feiten. Dat is ook in politiek opzicht risicovol, zeker in het huidige Trump-tijdperk van de “alternatieve feiten”.

Maar niet alle populaire vertolkingen van het verleden zijn “nepgeschiedenis”. Populaire genres kunnen een nieuwe kijk op het verleden geven die ook beroepshistorici hebben beïnvloed. Geen academisch betoog kon zo indringend de zinloosheid van een oorlog beschrijven als de historische roman Oorlog en Vrede van Tolstoj. Zonder Killing Fields zou de Cambodjaanse genocide bij het grote publiek nauwelijks bekend zijn geworden. Daarnaast is de populaire omgang met het verleden – inclusief “nepgeschiedenis” – een interessant object van onderzoek. Inmiddels is de populaire historische cultuur of publieksgeschiedenis een fascinerend onderzoeksterrein waarbij de verwerking van het verleden bij een groot publiek vanuit een metaperspectief centraal staat. Bijvoorbeeld hoe jongeren uit verschillende landen op internet-fora met elkaar in discussie gaan over de historische enscenering van een war video game. Of wat er gebeurt als mensen in een wijk foto’s verzamelen over het leven van de vorige generaties bewoners.

Nep of niet, in deze lezing zal ik vanuit het inclusieve concept historische cultuur de mogelijkheden verkennen die populaire genres bieden voor de versterking van historisch besef. Naast enkele voorbeelden uit ons lopend onderzoek in Rotterdam, zal ik ook aandacht besteden aan een relatief nieuw genre: het historisch theater.

 

Debatpanel: De disneyficatie van geschiedenis in musea

 Vrijdag 25 augustus, 11.00-12.30

Moderator: Paul Knevel (UvA)

Sprekers: Klaartje Schweizer (Openlucht Museum); Kathelijne Eisses (Tinker Imagineers), Martine Gosselink (Rijksmuseum)

Geschiedenis en commercie lopen in elkaar over. Academische onderzoekers wordt tegenwoordig gevraagd te ‘valoriseren’, terwijl culturele instellingen als archieven en musea in toenemende mate geacht worden zelf inkomsten te verwerven en rendabel te zijn. Critici menen dat deze trend de ‘disneyficatie’ van het verleden versterkt, maar voor wie of wat is dit een probleem? Als historici menen dat (kunst)geschiedenis van maatschappelijk belang is, is het dan niet vanzelfsprekend dat zij moeite doen de samenleving te bereiken en zich aanpassen aan de belevingswereld(en) van het publiek? De vraag is wellicht eerder waar de kritische grens ligt, en hoe die grens er anno nu in diverse sectoren van het historisch bedrijf precies uit ziet.

 

 Debatpanel: Dekolonisatie van het verleden

Vrijdag 25 augustus, 11.00-12.30

Moderator: Remco Raben (UvA/UU)

Sprekers: Remco Raben, Caroline Drieënhuizen (OU/UvA), Jos van Beurden (VU), Nancy Jouwe (UU), Wim Manuhutu (medeoprichter en voormalig directeur Moluks Historisch Museum / VU)

Het bezit van koloniën, de handel in tot slaaf gemaakte mensen en het denken over bevolking en land vormden eeuwen lang een centraal onderdeel van Europa’s identiteit. Het was niet alleen van invloed op Europese economieën en politieke constellaties, maar het bepaalde ook het denken en handelen en de betekenisgeving in Europa. Antropoloog Gloria Wekker noemt dat geheel van kennis en gevoelens, vrij naar Edward Said, het cultureel archief. In het midden van de twintigste eeuw werden veel koloniën onafhankelijk en werden de voormalige koloniserende landen teruggeworpen op hun eigen natiestaten. Deze politieke dekolonisatie vond relatief snel plaats in het midden van de twintigste eeuw, terwijl culturele dekolonisatie een langdurige, problematische ontwikkeling is die nog steeds doorgaat. Het cultureel archief dat Europa’s cultuur en zelfbeeld bepaalt, werkt echter nog altijd door. Wekker roept dan ook op dit archief ‘dekoloniaal’ [decolonial / decoloniality’] en intersectioneel te lezen, te deconstrueren en ter discussie te stellen. In deze sessie leveren we een bijdrage aan deze ‘dekoloniale’, intersectionele deconstructie van het cultureel archief ten einde de culturele dekolonisatie van Nederland een stapje verder te helpen. Daarvoor zullen we specifieke sociale praktijken waarop mensen betekenis geven aan de wereld ‘dekoloniaal’ en intersectioneel ontleden. Tot slot wensen wij het debat over de interpretatie en inhoud van het cultureel archief met elkaar en het publiek aan te gaan.

 

Debatpanel: Geschiedenis in een digitale wereld

 Vrijdag 25 augustus, 11.00-12.30

Moderator: Pim Huijnen (UU)

Sprekers: Melvin Wevers (UU), Inger Leemans (VU), Martijn Kleppe (KB), Susan Aasman (RuG)

 Historici zijn gewend achter de feiten aan te lopen, maar kunnen er inmiddels niet meer om heen: we leven in een digitaal tijdperk. Welke gevolgen heeft dit voor de geschiedbeoefening? Worden historici website-ontwerpers en tool-bouwers, of blijven boeken relevant? Hoe veranderen de grootschalige digitaliseringsprojecten van historisch materiaal die overal plaatsvinden geschiedwetenschappelijke praktijk? Kunnen deze projecten de belofte inlossen dat nieuwe vragen gesteld en nieuwe verhalen verteld kunnen worden – of is het potentieel van digitale geschiedenis nog lang niet bereikt? Welke methoden, vaardigheden en tools zijn er kortom nodig voor geschiedbeoefening in een digitale wereld? Daarover gaan de deelnemers aan dit panel in debat.

 

Debatpanel: Historici op de bres voor democratie

Vrijdag 25 augustus, 9.00-10.30

Moderator: Ed Jonker (UU)

Sprekers: Leo Lucassen (IISG/LU), Koen Vossen (RU), Jacco Pekelder (UU, Dare to be Grey-project), Tine de Moor (UU), Kars Veling (voormalig rector Johan de Witt college en directeur ProDemos)

Een eeuw na de invoering van het algemeen (mannen)kiesrecht in 1917 staat de democratie onder druk. Het percentage burgers dat daadwerkelijk gebruik maakt van het kiesrecht daalt al jaren, terwijl de kloof tussen burgers en overheid groeit. Geschiedenis werd en wordt vaak beschouwd als instrument voor de vorming van democratische (en nationale) burgers, maar hoe ligt anno 2017 de relatie geschiedenis en democratie? En welke eisen moeten dan worden gesteld aan het publieke en professionele optreden van de historicus in verschillende maatschappelijke domeinen?

 

Debatpanel: Geschiedenisonderwijs voor de toekomstige generatie: uitgaan van eigen kracht of interdisciplinair werken?

Zaterdag 26 augustus, 9.00-10.30

Moderator: James Kennedy (UCU)

Sprekers: Frits van Oostrom (UU), Arie Wilschut (HvA), Renée ten Cate (geschiedenis docent)

Het Ministerie van Onderwijs startte met het oog op herziening van de kerndoelen in 2017 een nationale brainstorm over de onderwijsinhoud van de toekomst, waaronder het schoolvak geschiedenis. In de plannen voor Onderwijs 2032 wordt onder andere gepleit voor burgerschapseducatie en de integratie van het schoolvak Geschiedenis in een vakoverstijgend domein ‘Mens en maatschappij’. Deze plannen sluiten op het eerste oog goed aan bij de KNHG-doelstelling voor interdisciplinaire samenwerking, maar er is discussie over de relatie tussen interdisciplinariteit en eigenheid. Wat is de eigenheid van het schoolvak geschiedenis, in hoeverre sluit die samenwerking uit, en hoe valt die eventuele eigenheid didactisch en onderwijspolitiek te legitimeren en organiseren?

 

Debatpanel: Met de kennis van gisteren. Geschiedenis en actualiteit

Zaterdag 26 augustus, 9.00-10.30

Moderator: Anita Boele (UU) en Els Holsappel (freelance journalist en tekstschrijver)

Sprekers: informatie volgt.

De huidige vluchtelingenstroom wordt vaak vergeleken met die van de jaren ’90 uit de vorige eeuw, toen vanwege de oorlogen in de voormalige Oostbloklanden veel vluchtelingen vanuit Oost-Europa naar West-Europa kwamen. Die vergelijking wordt vaak gemaakt, zonder de historische feiten te checken, waardoor er onjuiste beelden van zowel het verleden als het heden worden geschetst. En dat geldt helaas ook voor journalisten.

Toen Wilders in 2011 riep dat ‘zijn’ rechtse kabinet nu eindelijk de ellende van decennia lange linkse kabinetten kon opruimen, was er geen journalist of politicus die in het debat de historische feiten inbracht: dat er sinds WOII geen enkel puur links kabinet is geweest en dat in de 10 kabinetten die we sinds 1982 hebben gehad, de VVD in 8 daarvan zitting heeft gehad.

Wie we vandaag zijn is mede bepaald door onze geschiedenis. In ons privéleven beseffen we ons heel goed dat we gevormd zijn door ons verleden. ‘Wat ik vandaag ben, daar heb ik gisteren voor gekozen’: in onze managementtaal wemelt het van dit soort uitspraken. In het maatschappelijke leven is ons historisch besef echter een stuk minder. Een historische duiding van een ontwikkeling wordt vrijwel nooit gegeven in het publieke debat. Ook historici zijn hierin nog vaak terughoudend, juist ook omdat overeenstemming over de methodologische tools die nodig zijn om de het verleden met het heden te verbinden eigenlijk ontbreekt.

De vraag is wat de consequenties zijn van dat gebrek aan historisch perspectief in het publieke debat. Wat missen we daarmee? En als we dat historische perspectief wel inbrengen, wat levert ons dat dan op en hoever kunnen we daarin gaan? De geschiedenis herhaalt zich immers niet, dus waarom zouden we dat verleden moeten kennen? In dit debatpanel willen we nadenken over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het maken van verbindingen met het verleden naar aanleiding van hedendaagse prangende kwesties. Wat is een goede of slechte historische vergelijking? Zijn er criteria te formuleren op basis waarvan we daarover uitspraken kunnen doen? Naast deze meer inhoudelijke aspecten willen we nadenken over praktische mogelijkheden om integratie van historische kennis in maatschappelijke debatten en beleidsvormingsprocessen te vergroten. Hoe kan de uitwisseling van kennisvragen tussen historici en andere partijen verder worden gefaciliteerd en hoe zorgen we ervoor dat historici beter en vaker in beeld komen?

Samen met een panel van journalisten, historici en politici gaan we op zoek naar de antwoorden op die vragen en bepalen we het belang van het historische perspectief in het maatschappelijke debat.  Daarnaast willen we nadenken over concrete mogelijkheden om te komen tot een betere integratie van historische kennis in maatschappelijke debatten en beleidsvormingsprocessen.

 

Slotdebat: Geschiedenis.NL

Zaterdag 26 augustus, 16.00-17.00

Moderator: Beatrice de Graaf

In 1929 schreef Johan Huizinga dat de geschiedwetenschap de taak heeft ‘om een orgaan van de cultuur te zijn, het orgaan waarmee de cultuur zich rekenschap geeft van haar verleden’, en dat die taak ‘slechts [kan] worden vervuld door een historische wetenschap, die haar atmosfeer en haar klankbodem heeft in het grote leven van haar tijd.’ Een kleine eeuw later is het duidelijk dat de academische geschiedwetenschap internationaliseert, terwijl publieke discussies over thema’s variërend van de Europese Unie tot Zwarte Piet tonen dat de samenleving juist sterk nationaliseert. Dreigt een tweedeling tussen geschiedwetenschap en samenleving, of liggen hier juist kansen voor de beroepsgroep van historici in Nederland? En wat is eigenlijk de gemene deler van ‘historici in Nederland’, dat wil zeggen de doelgroep van KNHG en de Historicidagen?

Op 25 en 26 augustus worden parallelsessies georganiseerd, op basis van ingestuurde voorstellen. De thema’s die voorbereid worden:

  • Achterkant van een tentoonstelling: Spoorwegmuseum en Rijksmuseum
  • Beroepsethiek
  • Bewijsnood
  • Black Gender
  • De ijsberg zichtbaar maken. Gebruik digitale bronnen
  • De klank van geschiedenis
  • De morele opdracht van de historicus
  • Digital humanities in middelbaar en hoger onderwijs
  • Emotienetwerken
  • En de winnaar was…
  • Geschiedenis op Wikipedia: gender gap
  • Immateriaal erfgoed en conserveren van voeding als erfgoed
  • Interactie tussen historici en publiek
  • Mapping slavery
  • Nederland en de Spaanse Burgeroorlog
  • Polderen in de polder
  • Onderwijs
  • Toekomst van een vaktijdschrift en open access
  • Toekomst voor Europa
  • Vermaatschappelijking geschiedenisopleidingen
  • Verteld verleden
  • Videogames en de representatie van koloniaal erfgoed
  • Zelfstandige historici

De thema’s zullen verder aangevuld worden. Meer informatie over de sprekers en inhoud van de sessies volgt binnenkort.